|
Vaststellen van bewustzijn en ademhaling
Zorg er eerst voor dat de situatie veilig is. Probeer
daarna te weten te komen hoe erg het slachtoffer eraan toe is. Daarvoor
moet je zijn bewustzijn en ademhaling controleren. Dit gebeurt steeds
in dezelfde volgorde:
- bewustzijn vaststellen
- ademhalingswegen vrijmaken
- ademhaling vaststellen
Bewustzijn vaststellen:
Ga na of het slachtoffer reageert.
Spreek het slachtoffer luid toe. Roep zijn naam als je die kent.
Stel eenvoudige vragen zoals: "Wat is er gebeurt?" of "Gaat het"?
Schud voorzichtig aan de schouders van het slachtoffer.
Het slachtoffer reageert (bijv. door de ogen te openen of antwoord te geven):
Laat het slachtoffer liggen in de houding waarin je het gevonden hebt.
Verplaats het slachtoffer alleen wanneer er gevaar dreigt.
Probeer te weten te komen wat er mis is met het slachtoffer.
Haal hulp als dat nodig is.
Controleer de toestand van het slachtoffer regelmatig.
Het slachtoffer reageert niet:
Roep luid om hulp.
Draai het slachtoffer op zijn rug en maak de ademhalingswegen vrij.

Ga na of het slachtoffer reageert.
Roep om hulp.
Ademhalingswegen vrijmaken.
Bij een bewusteloos slachtoffer verliezen de spieren hun spanning.
Daardoor bestaat het gevaar dat de tong in de keelholte zakt. Dit
kan de ademhaling belemmeren. Je kunt dit gevaar uitschakelen door
het hoofd voorzichtig naar achteren te kantelen. Til tegelijkertijd
de kin omhoog (kinlift). Zo zorg je voor vrije ademhalingswegen.
Hoofd kantelen.
Breng het hoofd van het slachtoffer voorzichtig in het verlengde
van de romp. Leg één hand op het voorhoofd van het
slachtoffer. Druk met je hand op het voorhoofd en kantel het hoofd
voorzichtig naar achteren. Hou je duim en wijsvinger vrij om de
neus dicht te knijpen als je moet beademen.
Kinlift.
Plaats de vingertoppen van je andere hand onder
de punt van de kin van het slachtoffer. Til de kin omhoog om de
ademhalingswegen vrij te maken. Druk niet in het zachte gedeelte
onder de kin. Dit kan immers de ademhaling bemoeilijken.

Hoofd kantelen.

Kinlift toepassen.
Ademhaling vaststellen.
Ga na of het slachtoffer normaal ademt terwijl je de ademhalingswegen
vrijhoudt.
Kijk of de borstkas op en neer gaat. Luister aan de mond van het
slachtoffer naar ademhalingsgeluiden. Voel met je wang of er ademhaling
is. Kijk, luister en voel gedurende maximaal 10 seconden om uit
te maken of het slachtoffer normaal ademt.
In de eerste minuten na een hartstilstand lijkt het vaak alsof
het slachtoffer nog probeert te ademen. Zo kan het lijken alsof
het slachtoffer een zeer oppervlakkige ademhaling heeft. Af en toe
naar adem snakt. Pogingen doet om lucht te happen (soms met geluid).
Omstaanders aanzien deze bewegingen vaak als normale
ademhalingen. In feite zijn het de laatste ademhalingspogingen van
een lichaam in doodsstrijd ('gasping'). Deze vorm van overlijdensademhaling
mag dus niet verward worden met een normale ademhaling. Indien je
niet zeker bent of het slachtoffer normaal ademt, handel dan alsof
het slachtoffer niet meer ademt.

Ga na of het slachtoffer normaal ademt.
|