Verdere eerste hulp en basisregels van eerste hulp.


Nadat je de situatie veilig gemaakt hebt, het bewustzijn en de ademhaling van het slachtoffer hebt vastgesteld en de hulpdiensten gealarmeerd hebt, moet je als hulpverlener je volle aandacht schenken aan de verdere eerstehulpverlening.

Verder eerste hulp.

In levensbedreigende situaties komt dit dikwijls neer op 'meer van hetzelfde', namelijk het in stand houden van de vitale functies: het bewustzijn, de ademhaling en de bloedcirculatie. Pas als je zeker bent dat de vitale functies in orde zijn, mag je de aandacht richten op het verzorgen van andere, minder bedreigende letsels.

Hou de vitale functies in stand tot er gespecialiseerde hulp opdaagt.

Wanneer het slachtoffer zelf niet meer in staat is om de levensnoodzakelijke functies van zijn lichaam te garanderen, moet je dit als hulpverlener in zijn plaats doen. Het bewustzijn kan je onmogelijk in stand houden, maar ademhaling en bloedcirculatie kunnen wel ondersteund worden. Dit doen we door reanimatie toe te passen.

Reanimatie = hartmassage + mond-op-mondbeademing.

De manier waarop je te werk gaat is steeds dezelfde = Vaststellen vitale functies.
Indien aanwezig = veilig stellen
Indien niet aanwezig = handelen
Concreet betekent dit:

Bewustzijn: - indien aanwezig - basisregels van eerste hulp toepassen.
Bewustzijn: - indien niet aanwezig - maak ademhalingswegen vrij.

Ademhaling: - indien aanwezig - hou ademhalingswegen vrij. Leg in stabiele zijligging.
Ademhaling: - indien niet aanwezig - verwittig specialiseerde hulp. Pas de reanimatie toe.

Het is uiterst moeilijk om de bloedcirculatie van een slachtoffer te controleren door te voelen naar de hartslag. Daarom wordt deze controle alleen uitgevoerd door professionele hulpverleners. Wanneer een slachtoffer niet reageert en niet normaal ademt, moet je dus beginnen met de reanimatie.

Verleen verdere eerste hulp na het herstellen van de vitale functies:
Afhankelijk van situatie tot situatie en van de toestand van het slachtoffer.
Bij levensbedreigende situaties, aandacht vooral naar vitale functies.

Controleer regelmatig bewustzijn en ademhaling.

Bewustzijn en ademhaling van het slachtoffer kunnen snel evolueren.
Evolutie van de toestand van het slachtoffer = belangrijke bron van informatie voor gespecialiseerde hulpverleners.
'Regelmatig' = ongeveer om de minuut (zolang het slachtoffer normaal ademt).
Blijf ter beschikking van de professionele hulpverleners op het ogenblik dat ze ter plaatse zijn.
Breng verslag uit over wat je hebt waargenomen en over de eerste hulp die je hebt verleend.

Basisregels van eerste hulp:

Toepassen in elke situatie: levensbedreigend of niet-levensbedreigend.
Doel:
Goede omgang met het slachtoffer. Comfort van het slachtoffer. Energieverbruik van het slachtoffer beperken.

Praat met het slachtoffer.

Stel jezelf voor. Stel het slachtoffer gerust: zeg dat je kennis hebt van eerste hulp. Vraag de naam van het slachtoffer. Vraag wat er gebeurt is. Als het slachtoffer niet weet wat er aan de hand is, geef uitleg over wat er gebeurd is en over wat er voor hem wordt gedaan. Zeg steeds wat je gaat doen. Leg ook kort uit waarom je iets doet, of waarom je iets aan het slachtoffer vraagt. Sommige (schijnaar) bewusteloze slachtoffers kunnen nog horen. Hou er rekening mee als je iets zegt over het slachtoffer of de situatie.

Luister naar het slachtoffer.

Luister naar wat het slachtoffer te zeggen heeft.
Neem vragen of verhaal van het slachtoffer ernstig.
Luister ook naar eventuele omstaanders.

Blijf bij het slachtoffer.

Laat een slachtoffer liefst niet alleen, zelfs als het bij bewustzijn is. De toestand kan snel veranderen en het slachtoffer kan zich vaak hulpeloos voelen.

- Uitzondering: als je alleen bent bij een slachtoffer moet je het misschien wel even alleen laten om gespecialiseerde hulp te roepen. Als er meer dan één slachtoffer is schakel omstaanders in om slachtoffers bij te staan. Duid per slachtoffer één omstaander aan. Vraag aan deze omstaanders om je te verwittigen als de toestand van het slachtoffer aan het veranderen is.

Verplaats het slachtoffer niet nodeloos.

Verzorg steeds ter plaatse tot de gespecialiseerde hulp opdaagt. Verplaats alleen als de veiligheid van jezelf of van het slachtoffer in gevaar komt.

Laat het slachtoffer zo weinig mogelijk inspanningen doen.

Beweeg het slachtoffer niet als dat niet echt nodig is: elke beweging kost energie.
Energieverbruik = ook zuurstofverbruik, terwijl vitale organen (hersenen, hart, longen ...) in levensbedreigende situaties zuurstof méér dan nodig hebben.

Bezorg het slachtoffer geen extra pijn.

Test zelf niets uit, bv. kan het slachtoffer nog gaan, kan het zich nog bewegen? Wacht tot de komst van gespecialiseerde hulpverleners. Forceer het slachtoffer niet om een bepaalde houding aan te nemen. Meestal kiest een bewust slachtoffer spontaan de gemakkelijkste of de minst pijnlijke houding.

Bescherm het slachtoffer tegen koude of warmte.

Tegen koude:
Dek toe met jas of deken: zittend of liggend op de grond, zonder enige beweging = snelle afkoeling. Je kunt hiervoor ook een isolatiedeken gebruiken. Dit is een zeer dunne folie bedekt met een aluminiumlaagje dat zowel tegen koude als warmte beschermt. Verplaats het slachtoffer niet louter om tegen koude beschermen.

Tegen warmte:
Bij felle zon: zorg dat minstens het hoofd zich in de schade bevindt. Improviseer een zonnescherm met een jas, een deken, paraplu of ga zo staan of zitten dat een schaduw over het slachtoffer valt.

Geef het slachtoffer niet te drinken of te eten.

Enstige of levensbedreigende toestand: drank of voedsel kan uitgebraakt worden, braaksel kan in ademhalingswegen terechtkomen. Drank of voedsel hebben negatieve invloed op professionele hulpverlening, bv. bij narcose voor een operatie. Uitzondering: in enkele niet levens-bedreigende situaties is het toch aangeraden drank of voedsel te geven.

© 2008 Ronald Gauwberg All rights reserved | design: www.johansgraphics.com