Bewusteloosheid.

Het slachtoffer reageert niet. maar ademt normaal.
Leg het slachtoffer in stabiele zijligging.
Laat iemand de hulpdiensten verwittigen. Ga zelf hulp halen indien je alleen bent.
Controleer de ademhaling van het slachtoffer regelmatig.

Techniek:

STABIELE ZIJLIGGING.


Bewusteloze slachtoffers met een normale ademhaling breng je in stabiele zijligging. Zorg ervoor dat het hoofd naar achteren gekanteld is en de mond naar de grond gericht is. Zo blijven de ademhalingswegen van het slachtoffer vrij. Eventueel braaksel kan dan evenmin in de longen terechtkomen.

Verwijder de bril van het slachtoffer als dat nodig is. Kniel naast het slachtoffer. Zorg ervoor dat de beide benen van het slachtoffer gestrekt zijn. Plaats aan jouw kant de arm van het slachtoffer in een rechte hoek ten opzichte van het lichaam. Buig de onderarm naar boven en leg de handpalm naar boven.

Breng de andere arm over de borstkas heen. Druk de handrug tegen de wang van het slachtoffer aan jouw kant. Blijf deze hand ter plaatse houden.

Neem met je vrije hand het been aan de overkant van het lichaam vast bij de knie. Trek het been op, maar laat de voet op de grond staan.

Trek het opgetrokken been naar je toe. Blijf ondertussen de handrug tegen de wang drukken. Rol het slachtoffer naar je toe zodat het in zijligging komt.

Leg het bovenste been zo dat de heup en knie een rechte hoek vormen.

Kantel het hoofd naar achteren om voor vrije ademhalingswegen te zorgen. Zorg ervoor dat de mond naar de grond gericht is. Zo kan het slachtoffer niet stikken in bloed of braaksel. Verschuif eventueel de hand onder de wang, als dat nodig is om het hoofd gekanteld te houden. Controleer de ademhaling van het slachtoffer regelmatig.

Wanneer een slachtoffer langer dan 30 minuten in stabiele zijligging moet blijven, draai het dan op de andere zijde. Op die manier neem je de druk op de onderliggende arm weg.

© 2008 Ronald Gauwberg All rights reserved | design: www.johansgraphics.com