|
Bewusteloosheid.
Het slachtoffer reageert niet. maar ademt normaal.
Leg het slachtoffer in stabiele zijligging.
Laat iemand de hulpdiensten verwittigen. Ga zelf hulp halen indien
je alleen bent.
Controleer de ademhaling van het slachtoffer regelmatig.
Techniek:
STABIELE ZIJLIGGING.
Bewusteloze slachtoffers met een normale ademhaling breng je in
stabiele zijligging. Zorg ervoor dat het hoofd naar achteren gekanteld
is en de mond naar de grond gericht is. Zo blijven de ademhalingswegen
van het slachtoffer vrij. Eventueel braaksel kan dan evenmin in
de longen terechtkomen.
Verwijder de bril van het slachtoffer als dat nodig
is. Kniel naast het slachtoffer. Zorg ervoor dat de beide benen
van het slachtoffer gestrekt zijn. Plaats aan jouw kant de arm van
het slachtoffer in een rechte hoek ten opzichte van het lichaam.
Buig de onderarm naar boven en leg de handpalm naar boven.
Breng de andere arm over de borstkas heen. Druk
de handrug tegen de wang van het slachtoffer aan jouw kant. Blijf
deze hand ter plaatse houden.
Neem met je vrije hand het been aan de overkant
van het lichaam vast bij de knie. Trek het been op, maar laat de
voet op de grond staan.
Trek het opgetrokken been naar je toe. Blijf ondertussen
de handrug tegen de wang drukken. Rol het slachtoffer naar je toe
zodat het in zijligging komt.
Leg het bovenste been zo dat de heup en knie een rechte hoek vormen.
Kantel het hoofd naar achteren om voor vrije ademhalingswegen te
zorgen. Zorg ervoor dat de mond naar de grond gericht is. Zo kan
het slachtoffer niet stikken in bloed of braaksel. Verschuif eventueel
de hand onder de wang, als dat nodig is om het hoofd gekanteld te
houden. Controleer de ademhaling van het slachtoffer regelmatig.
Wanneer een slachtoffer langer dan 30 minuten in stabiele zijligging
moet blijven, draai het dan op de andere zijde. Op die manier neem
je de druk op de onderliggende arm weg.
|