Reanimatie.


Ademhalingsstilstand.

Het slachtoffer reageert niet en ademt niet normaal. Laat iemand de hulpdiensten verwittigen. Doe dit zelf indien je alleen bent. Begin met 30 hartmassages. Geef daarna 2 mond-op-mondbeademingen. Ga verder met de reanimatie. Geef afwisselend 30 hartmassages en 2 beademingen. Onderbreek de reanimatie niet. Alleen indien er weer een normale ademhaling is, moet je het slachtoffer opnieuw controleren. Blijf reanimeren totdat: deskundige hulp aankomt die de reanimatie overneemt. Het slachtoffer opnieuw normaal ademt. Je zef te vermoeid bent om verder te gaan.

TECHNIEK:

Reanimatie: Wanneer het hart stopt met kloppen, valt de bloedcirculatie in het lichaam stil. Hierdoor ontstaat in allerlei vitale organen een tekort aan zuurstof. De hersenen zijn daar bijzonder gevoelig voor. Hersencellen kunnen doorgaans niet langer dan enkele minuten zonder zuurstof voordat ze afsterven. Daarom moet je bij een slachtoffer met een hartstilstand zo snel mogelijk starten met de reanimatie. De overlevingskansen bij reanimatie zijn klein. Verschillende studies hebben echter het positieve effect aangetoond van onmiddellijke reanimatie. Indien omstaanders dadelijk ingrijpen, verdubbelen of verdrievoudigen de overlevingskansen. Reanimatie is de combinatie van hartmassages en beademingen. De hartmassages zorgen voor een kleine maar erg belangrijke toevoer van bloed naar het hart en de hersenen. Door de beademingen blijft het circulerende bloed voldoende zuurstof vervoeren. Reanimatie wordt ook wel CPR genoemd (cardiopulmonaire resuscitatie).

HARTMASSAGE:

Kniel naast het slachtoffer. Plaats de hiel van je ene hand in het midden van de borstkas van het slachtoffer.

Plaats de hiel van je andere hand boven op de eerste hand.

Haak je vingers in elkaar. Zorg ervoor dat je geen druk zet op de ribben van het slachtoffer. Druk ook niet op de bovenstreek van de buik of op het uiteinde van het borstbeen.

Zorg ervoor dat je de schouders recht boven de borstkas van het slachtoffer staan. Duw met gestrekte armen het borstbeen 4 tot 5 cm loodrecht naar beneden. Laat elke keer de borstkas weer volledig naar boven komen. Zo kan er bloed terugstromen naar het hart. Laat je handen wel niet van het borstbeen loskomen of verschuiven. Het indrukken en het ontspannen van de borstkas moet even lang duren. Geef op deze manier 30 hartmassages aan een ritme van ongeveer 100 hartmassages per minuut. Dat is iets minder dan 2 hartmassages per seconde.

Ga verder met 2 mond-op-mondbeademingen.

MOND-OP-MONDBEADEMING.

Kantel het hoofd van het slachtoffer opnieuw naar achteren en voer de kinlift uit.

Laat je ene hand op het voorhoofd van het slachtoffer liggen. Knijp met je duim en wijsvinger de neus van het slachtoffer dicht. Laat de mond een beetje opengaan, maar blijft de kinlift aanhouden. Adem normaal in, buig voorover en sluit je mond goed over de mond van het slachtoffer. Blaas gelijkmatig lucht in de mond en kijk intussen of de borstkas naar boven komt. Neem ongeveer 1 seconde tijd per beademing.

Hou het hoofd van het slachtoffer nog steeds gekanteld en blijf de kinlift aanhouden. Richt je hoofd op en kijk of de borstkas terug naar beneden gaat bij het uitademen.

Mondkontrole:

Als de borstkas van het slachtoffer bij de eerste beademing niet naar boven komt, voer dan voor je tweede beademing deze handeling uit. Controleer de mond van het slachtoffer. Verwijder alles wat de ademhalingswegen kan blokkeren. Controleer of het hoofd voldoende naar achteren gekanteld is en of je de kinlift goed uitvoert. Doe iedere keer maximaal twee pogingen om lucht in te blazen. Schakel daarna terug over naar hartmassage.

Reanimatie met twee of meerdere helpers.

Wanneer er meerdere getrainde helpers aanwezig zijn, kun je elkaar best afwisselen tijdens de reanimatie. Het geven van hartmassages is immers vermoeiend. Vaak gaat de kwaliteit van de hartmassages al na enkele minuten achteruit. De helper merkt dit niet altijd. Om de kwaliteit van de hartmassages te verzekeren, moet er daarom om de 2 minuten gewisseld worden. De eerste helper reanimeert 2 minuten (hartmassages en beademing). Een andere helper neemt over en reanimeert weer 2 minuten (hartmassages en beademing). Daarna wordt er opnieuw gewisseld. Het afwisselen mag zo weinig mogelijk tijd in beslag nemen.

REANIMATIE BIJ BABY'S EN KINDEREN.

In richtlijnen over reanimatie maakt men het volgende onderscheid. Baby is iemand jonger dan 1 jaar. Een kind is iemand tussen 1 jaar en het begin van de puberteit. Voor de reanimatie bij baby's en kinderen gelden dezelfde richtlijnen als bij volwassenen. Je kunt dus gewoon dezelfde technieken gebruiken. Natuurlijk moet je bij baby's en kinderen niet zoveel lucht inblazen om goede beademingen te krijgen. Wanneer je de borstkas van het slachtoffer naar boven ziet komen, heb je voldoende lucht ingeblazen. Je hebt ook minder kracht nodig om de hartmassage uit te voeren. Druk bij baby's en kinderen het borstbeen in tot ongeveer één derde van de borstdiepte. Bij baby's doe je dit met twee vingers. Bij kinderen kun je hiervoor één of twee handen gebruiken. Vooral bij grote kinderen (of voor kleine helpers) is het gemakkelijker om de beide handen te gebruiken.


© 2008 Ronald Gauwberg All rights reserved | design: www.johansgraphics.com