Verslikking.


Bij volwassenen gebeuren de meeste gevallen van verslikking tijdens het eten. Bij baby's en kinderen is verslikking ook vaak ten gevolg van het inslikken van niet eetbare voorwerpen, zoals muntstukken en kleine speeltjes. Omdat verslikking vaak voorkomt tijdens het eten, zijn er meestal getuigen. Hierdoor is een goede kans dat iemand snel kan helpen. Een lichte verslikking is doorgaans onschuldig. Het slachtoffer heeft tijdelijk moeite met ademen. Bij een ernstige verslikking is er een totale afsluiting van de ademhalingswegen. Het slachtoffer kan helemaal niet meer ademen. Dit is een levensbedreigende situatie (verstikking). Om het verschil te maken, vraag je aan het slachtoffer: "Hebt u zich verslikt?" Het slachtoffer antwoordt op de vraag (bijv. door 'ja' te zeggen). Het slachtoffer kan nog spreken, hoesten en ademen. Het gaat om een lichte verslikking. Moedig het slachtoffer aan om te blijven hoesten. Doe voor de rest niets. Ga ook niet op de rug slaan. Blijf bij het slachtoffer tot het terug normaal ademt.

Vraag: "Hebt u zich verslikt?" --- Moedig aan om te blijven hoesten.

Het slachtoffer kan niet antwoorden (knikt misschien met het hoofd). Het slachtoffer kan niet spreken of ademen. Hoesten lukt niet. Soms is er een piepende ademhaling. Het gaat om een enstige verslikking. Sla maximaal 5 keer op de rug. Kijk na elke slag of het probleem opgelost is. Als slaan op de rug niet helpt, voer dan maximaal 5 buikstoten uit. Als het probleem hiermee nog niet opgelost is, geef dan afwisselend 5 slagen op de rug en 5 buikstoten. Indien het slachtoffer het bewustzijn verliest, leg het dan voorzichtig op de grond. Laat onmiddellijk de hulpdiensten verwittigen. Begin daarna de reanimatie. Start met 30 hartmassages. Voordat je de 2 beademingen geeft, voer je telkens een mondkontrole uit. Blijf reanimeren totdat: deskundige hulp aankomt die de reanimatie overneemt of het slachtoffer opnieuw normaal ademt of je zelf te vermoeid bent om verder te gaan. Dezelfde technieken kunnen gebruikt worden bij kinderen die ouder zijn dan 1 jaar. Bij baby's vervang je de buikstoten door borststoten. Hiervoor gebruik je dezelfde techniek als voor de hartmassage bij baby's. De borststoten mogen wel scherper en een een trager ritme toegediend worden.

TECHNIEK:

Op de rug slaan.

Ga naast en een beetje achter het slachtoffer staan. Steun met één hand de borstkas en buig het slachtoffer goed naar voren. Zo zal het voorwerp, als het losschiet, naar buiten komen en niet dieper in de ademhalingswegen terechtkomen. Geef maximaal 5 stevige slagen tussen de schouderbladen van het slachtoffer. Doe dit met de hiel van je vrije hand. Elke slag moet bedoeld zijn om het voorwerp te verwijderen. Controleer na elke slag of de luchtweg vrijgemaakt is. Als het voorwerp verwijderd is, is het niet nodig om de overige slagen te geven.


Buikstoten geven:

Ga achter het slachtoffer staan en sla je beide armen rond de bovenstreek van de buik. Buig het slachtoffer naar voren. Maak een vuist en plaats die tussen de navel en de onderste punt van het borstbeen in. Neem de vuist met je andere hand vast. Trek je vuist krachtig naar jezelf toe en naar voren. Doe dit maximaal 5 keer.

© 2008 Ronald Gauwberg All rights reserved | design: www.johansgraphics.com